Totale decentrale lasten

Algemeen

Inwoners betalen decentrale belastingen aan zowel de gemeente, als de provincie en het waterschap. We geven in dit deel van deze atlas daarom ook een beeld van de totale decentrale lasten. Zo’n totaalbeeld is de som van de bedragen die huishoudens jaarlijks aan de verschillende decentrale overheidslagen moeten betalen, puur omdat zij ergens wonen en een auto bezitten.

Complicaties berekenen totaalbeeld

Een dergelijk totaalbeeld schetsen blijkt echter complex. Simpelweg sommeren blijkt niet mogelijk. Dat komt door de waterschappen.[i] Allereerst vallen waterschapsgrenzen niet altijd samen met grenzen van provincies en gemeenten. Binnen circa 50 gemeenten zijn twee, soms zelfs drie waterschappen actief en betalen huishoudens dus verschillende tarieven afhankelijk van waar zij precies wonen. In deze gevallen kan per gemeente wel een (naar inwonertal) gewogen tarief worden berekend.

Een tweede complicatie is dat waterschappen tarieven voor eigenaren van gebouwen en grond kunnen differentiëren. Het tarief dat een eigenaar van een gebouw of grond betaalt hangt dan onder meer af van de ligging binnen het waterschap. In 2026 passen 11 waterschappen (52 procent) tariefdifferentiatie toe voor eigenaren van gebouwen.

Samenstelling totale decentrale lasten

De totale decentrale lasten zoals deze hier worden gepresenteerd bestaan voor huurders uit de afvalstoffenheffing en in een deel van de gemeenten een rioolheffing (gemeente), provinciale opcenten en de zuiveringsheffing en de ingezetenenheffing van de waterschappen. Voor eigenaar-bewoners komen hier de ozb (gemeente) en heffing gebouwd (waterschap) nog bij.

Naar de kaarten

Naar het totale overzicht van de atlas


[i] Zie ook C. Hoeben (2017), Totale decentrale lasten huishoudens in kaart gebracht, ESB, 102 (4745), 12 januari 2017, blz. 42-44.

64 Mutatie totale decentrale lasten eigenaar-bewoner meerpersoons huishouden

Dalingen

In 10 gemeenten dalen de totale decentrale lasten voor huishoudens met een koopwoning. De grootste daling vinden we in Duiven waar de decentrale lasten 3,3 procent dalen. De daling komt doordat de gemeente in 2026 een heffingskorting uitkeert van 150 euro. In 2025 werd geen korting gegeven. De afzonderlijke gemeentelijke heffingen stijgen wel. Eigenaar-bewoners betalen gemiddeld 9,1 procent meer voor de ozb. De afvalstoffenheffing is 5,6 procent gestegen en de rioolheffing 2,3 procent.

Duiven maakt deel uit van Rijn en IJssel. De waterschapslasten voor eigenaar-bewoners stijgen hier gemiddeld 8,0 procent (zie kaart 60). De opcenten op de motorrijtuigenbelasting dalen in Gelderland 2,9 procent (kaart 48).

Stijgingen

De decentrale lasten voor eigenaar-bewoners stijgen net als voor huurders het sterkst in Leudal (15,0 procent). Deze stijging komt vooral door de stijging van de gemeentelijke afvalstoffenheffing (58 procent). De ozb stijgt gemiddeld (9,9 procent), de rioolheffing blijft gelijk. De totale gemeentelijke woonlasten voor eigenaar-bewoners stijgen in Leudal gemiddeld 20,2 procent.

Leudal is onderdeel van waterschap Limburg. De lasten voor woningeigenaren stijgen daar gemiddeld 10,5 procent (zie kaart 60). De provinciale opcenten stijgen 3,1 procent in Limburg (kaart 48).

 

Figuur bij kaart 63 Mutatie totale decentrale lasten eigenaar-bewoner gerangschikt van laagste naar hoogste

 

Naar de benchmark gemeentelijke woonlasten

Vorige

Terug naar overzicht