Onzekerheid over rijksuitgaven probleem voor gemeenten

Bij het opstellen van hun begroting, in het voorjaar voorafgaande aan het begrotingsjaar, moeten gemeenten weten wat ze te besteden hebben. Veruit de belangrijkste inkomstenbron, vier keer zo groot als nummer twee, is de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Hoe hoog die uitpakt, is echter pas na afloop van het begrotingsjaar bekend.De jaarlijkse groei van deze uitkering aan gemeenten (het accres) is namelijk gekoppeld aan de feitelijke rijksuitgaven (de ‘trap-op-trap-af’-systematiek), en die liggen pas na afloop van het begrotingsjaar vast. Het wordt de raad zo lastig gemaakt om zijn democratische plicht te vervullen. Dit kan ook anders.

Vandaag verschijnt hier een kort artikel over in ESB. U vindt het artikel hier.

31 oktober 2019

Drastische hervorming watersysteemheffing waterschappen onnodig

Waterschappen bekostigen hun werkzaamheden grotendeels uit eigen belastingopbrengsten. Dit geeft hen de vrijheid om zoveel inkomsten te verwerven als nodig is om hun werk te kunnen blijven doen.

De OESO heeft in 2014 onderzoek gedaan naar de houdbaarheid van het Nederlandse waterbeheer. Een van de conclusies was dat op het gebied van de financiering zouden het uitgangspunt “de vervuiler betaalt” en het profijtbeginsel breder moeten worden toegepast.

In 2018 heeft de Unie van Waterschappen naar aanleiding van OESO-onderzoek voorstellen gedaan om het eigen belastingstelsel drastisch te wijzigen. In het artikel van Corine Hoeben dat is verschenen in het Weekblad Fiscaal Recht blijkt dat de betreffende uitgangspunten ook met veel kleinere aanpassingen kunnen worden bereikt dan nu is voorgesteld.

U vindt het artikel hier.

 

28 oktober 2019

 

 

Ontwikkeling gemeentelijke woonlasten na herindeling in Meierijstad

Bij een gemeentelijke herindeling worden twee of meer gemeenten met ieder eigen belastingtarieven samengevoegd. Uiterlijk twee jaar na de herindeling moeten de tarieven in de nieuwe gemeente geharmoniseerd zijn. Doordat de tarieven van de voormalige gemeenten meestal niet gelijk waren, verschilt de lastendrukontwikkeling binnen de gemeente. Het kan dat lastig zijn voor een gemeente om na te gaan hoe de lastendrukontwikkeling is in vergelijking met die van andere gemeenten. Corine Hoeben heeft dit onderzocht voor de gemeente Meierijstad. U vindt het rapport hier

23 september 2019

Meer taken naar lokale overheid, maar hun aandeel in totale uitgaven stijgt niet

Uit nieuwe cijfers blijkt dat de Nederlandse overheidsuitgaven, ondanks decennia van decentralisatiebeleid, sinds 1996 niet minder centraal zijn geworden. Dit onderzoek van Maarten Allers en Klaartje Peters verschijnt vandaag in het vakblad ESB.

Dat dit nooit eerder was uitgezocht komt door een complicatie in de beschikbare CBS-cijfers. De uitgaven van de afzonderlijke overheden tellen namelijk op tot ver boven de honderd procent van het totaal. Dat komt door dubbeltellingen. Om een beter beeld te krijgen zijn de uitgaven daar nu voor het eerst voor gezuiverd.

Opvallend is dat het gemeentelijke aandeel in de overheidsuitgaven in 2015, het jaar van de grote decentralisaties in het sociale domein, maar beperkt toeneemt. De rijksuitgaven dalen door deze taakoverdrachten bovendien niet, maar blijven op peil.

Ook is Nederland als geheel niet minder centraal geworden. In 1996 waren de uitgavenaandelen van de centrale overheid en de lokale overheid ongeveer even groot. Dat is de jaren daarna nooit veranderd.

De onderzoekers geven twee mogelijke verklaringen voor deze onverwachte uitkomsten. In de eerste plaats waren er naast decentralisaties ook centralisaties, zoals bij de politie, en zijn de uitgaven aan de overgedragen taken niet hoog vergeleken met de totale overheidsuitgaven. In de tweede plaats komt bij decentralisaties vaak ook minder geld mee dan er eerst aan werd besteed.

Het artikel vindt u hier. De onderliggende cijfers zijn hier te downloaden.

Maarten Allers en Klaartje Peters, Decentralisatiebeleid van de overheid niet in uitgaven terug te zien, ESB, 2019.

25 juli 2019

 

In 2019 opnieuw meer gemeenten met diftar

In steeds meer gemeenten betalen huishoudens een hogere afvalstoffenheffing naarmate zij meer afval aan de straat zetten (“diftar”). Dit is goed te zien in het interactieve filmpje dat COELO heeft ontwikkeld. Het filmpje laat duidelijk zien dat gemeenten die diftar invoeren vaak in gebieden liggen waar al veel diftargemeenten zijn. Lange tijd waren het vooral gemeenten in het oosten en zuiden van het land die diftar invoerden. De afgelopen paar jaar komt hier verandering in en zijn er ook gemeenten in het Zuid-Holland en Zeeland met diftar.
Dit jaar voeren 5 (deel)gemeenten diftar in. Hierdoor is het aandeel van de Nederlandse bevolking dat in een diftargemeente woont opgelopen tot 31,0 procent. In 2000 was dit 9,7 procent.

U kunt het filmpje hier bekijken. Als u vragen heeft kunt u concact opnemen met Corine Hoeben, 050-3633766

28 juni 2019