Atlas van de lokale lasten 2018

Een huishouden met een eigen woning betaalt dit jaar gemiddeld 0,8 procent meer voor de belastingen aan gemeente, provincie en waterschap. Die stijging blijft ruim onder de inflatie van 1,6 procent. De gemeentelijke lasten stijgen gemiddeld 0,7 procent, de waterschapslasten 1,7 procent en de provinciale lasten blijven gelijk. Dit blijkt uit de Atlas van de Lokale Lasten die COELO vandaag presenteert.

Een meerpersoonshuishouden met een koopwoning betaalt gemiddeld 1.312 euro aan gemeente (721 euro), provincie (259 euro) en waterschap (332 euro ). De duurste plek om te wonen is Bloemendaal met 1.900 euro; de goedkoopste Veenendaal (1.039 euro). Huurders betalen gemiddeld 870 euro, waarvan 358 euro voor de gemeente, 279 euro voor de provincie en 253 euro voor het waterschap. Huurders betalen gemiddeld 0,2 procent meer dan vorig jaar. De goedkoopste plek om te wonen is voor hen Nijmegen met 570 euro, de duurste plek is Pijnacker-Nootdorp met 1.243 euro.

De Atlas van de lokale lasten kan hier worden gedownload. Het persbericht vindt u hier. U kunt hier de tarieven per gemeente, provincie of waterschap bekijken. Met de Lokale Lasten Calculator kunt u zelf woonlasten laten berekenen.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Corine Hoeben, 050-3633766 

30 maart 2018

Kiezer straft politieke partijen voor besturen gemeente

Politieke partijen die deelnemen aan het gemeentebestuur verliezen bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen gemiddeld vier tot acht procent van hun raadszetels. Voor partijen die weinig wethouders leveren is dit verlies twee keer zo groot als voor partijen die de meeste wethouders leveren. Dat blijkt uit onderzoek van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen dat vandaag wordt gepubliceerd in het vakblad ESB.

COELO onderzocht gemeenteraadsverkiezingen in de periode 1990-2014. Het onderzoek houdt rekening met tal van andere factoren die de veranderingen in het aantal zetels van partijen kunnen verklaren. Het aangetoonde zetelverlies van vier tot acht procent is het gemiddelde effect dat volledig kan worden toegeschreven aan deelnemen aan het gemeentebestuur.

Meebesturen of oppositie voeren

Een verlies van vier tot acht procent van de zetels kan voor een partij het verschil maken tussen meebesturen of oppositie voeren. ‘Maar dat effect is het gemiddelde’, zegt hoogleraar Maarten Allers. ‘Uit ons onderzoek blijkt ook dat kleinere collegepartijen meer zetels verliezen dan grotere. Dat kan komen doordat een kleinere collegepartij een minder sterk stempel kan zetten op het beleid en daardoor meer kiezers teleurstelt.’

Extra hoge eisen tijdens de formatie

Dat besturen stemmen kost, gaat prima samen met een goed functionerende democratie waarin regelmatig wisselingen van de macht plaatsvinden, stelt Allers. ‘Maar het betekent wel dat kiezers partijen bestraffen enkel omdat ze bestuursverantwoordelijkheid nemen. De uitkomsten zullen kleinere partijen dan ook te denken geven. Doordat meebesturen hen meer stemmen kost, moeten zij extra hoge eisen stellen tijdens de collegeformatie om het te verwachten stemmenverlies te compenseren.’

Lees hier het artikel in ESB en hier het blog op SRV.

 

14 maart 2018

Zeer beperkte stijging woonlasten grote gemeenten

De stijging van de woonlasten in de grote gemeenten is dit jaar zeer beperkt. Huurders betalen gemiddeld 0,3 procent meer, ofwel 1 euro. De gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens die hun woning bezitten (ozb, rioolheffing en afvalstoffenheffing) stijgen gemiddeld met 4 euro (0,6 procent). In beide gevallen is de stijging veel minder dan de inflatie. Zowel de stijging van de onroerendezaakbelasting als van de afvalstoffenheffing en rioolheffing is dit jaar lager dan in inflatie. Dat is voor het eerst sinds het verschijnen van dit overzicht in 2002. Het volledige rapport vindt u hier en het persbericht hier

16 januari 2018